Gesloten, morgen weer open vanaf 11:00
Nieuws

Chiara Bardelli Nonino

Chiara Bardelli Nonino

Chiara Bardelli Nonino

[English version below] 

Als kind vulde ik zoveel uren met dagdromend over mogelijke toekomsten: één dag krabbelde ik in mijn dagboek dat ik een cartoonist wilde worden, de volgende een architect, toen een psychiater of een bioloog. Met het ouder worden begon die obsessie uiteindelijk sporen van het puberen te vertonen, en ik rouwde om alle toekomsten die uitgevaagd werden, telkens wanneer ik een keuze maakte. Misschien is dat waarom ik uiteindelijk filosofie ben gaan studeren, het leek zo allesomvattend. Ik specialiseerde in esthetiek en fotografie, en als ooit bewezen moet worden dat het maken van plannen tamelijk vruchteloos is: dankzij zo’n onverwachte wending die het leven soms neemt eindigde ik als fotoredacteur van de Italiaanse Vogue. Toen Jan me vroeg om aan deze tentoonstelling mee te doen besloot ik een van die talloze versies van mezelf die niet bestaat (tenminste, niet in dit universum) als uitgangspunt te nemen, een die nog steeds, ook na de puberjaren, ergens in mijn achterhoofd vertoeft. Het concept begon met het idee een dag in het leven van een ‘alternate reality me’ in beeld te brengen, een die wel biologie of iets dergelijks is gaan studeren en zich nu bezighoudt met dieren. Als curator van een zijn tentoonstellingen werkte ik samen met Paolo Roversi, en zijn grootformaat polaroids leken me het perfecte medium voor dit project: intrinsiek hebben ze dat dromerige, onwerkelijke karakter. Ze lijken een deur naar een andere dimensie. De grootformaat polaroid wordt nu niet meer geproduceerd, daarom gebruikten we een partij die over datum was: de korrelige, wazige textuur van de film, de gespannen verwachting elke keer dat je het negatief afpelt zonder het resultaat te weten (is het te mislukt? Zal er überhaupt iets verschijnen?) en het rituele van de logge Deardorff camera maakte dat het fotograferen iets van een bezwering weghad. Na zorgvuldige overweging besloot ik met roofvogels te werken. Ik wilde een dierenrijk verbeelden dat met het rijk van de mens overlapte, maar waarin een wilde, gevaarlijke ziel bewaard bleef – valken en uilen leken me goed geschikt. Ze belichamen perfect het idee van twee werelden dichtbij elkaar, zo dichtbij dat ze elkaar bijna raken, maar toch ook intrinsiek geïsoleerd en ver weg. Het idee om beelden van een andere realiteit te stelen raakte na een poosje verward: zijn dit beelden van wat een andere Ik op een willekeurige dag zou tegenkomen of was ik langzaam in de vogels zelf aan het veranderen? Sommige boeken die me erg dierbaar zijn en me dit idee ook ingegeven hebben, zoals H is for Hawk, het verhaal van een vrouw die om haar vaders recente dood rouwt door te proberen een havik te temmen, en ook Being a Beast, waarin een man probeert te leven als een das, een otter, een vos, een hertenbok en een zwaluw, zweefden tijdens het maken van deze foto’s voortdurend door mijn hoofd. Probeerde ik een deel van mezelf waar ik bang voor was te temmen? Probeerde ik iets te worden dat ik niet ben? Het eindresultaat is – in ieder geval voor mij – obscuur, ongrijpbaar, met een opaalachtige glans die niet van deze wereld lijkt. Ze tonen hun ware schoonheid alleen wanneer ze in levende lijve worden bekeken, ze laten zich niet goed naar het scherm vertalen. Ze laten een glimp zien van een Chiara die niet bestaat. En op een vreemde, onverklaarbare manier, voelen ze echt als mij.

When I was a kid, I spent hours and hours daydreaming about possible futures: one day I scribbled in my diary that I wanted to become a cartoonist, the next day an architect, then a psychiatrist or a biologist. Growing up, this obsession got tinged with an adolescent note, and I mourned all of the futures I was obliterating every time I had to make a choice. Maybe that’s why I ended up studying Philosophy, it seemed so all-encompassing. I specialised in Aesthetics and photography, and if we ever needed proof that making plans is fairly futile, in one of those unexpected life twists I ended up being a Photo Editor at Vogue Italia. When Jan asked me to be part of this exhibition, I decided to work with one of these countless versions of me that doesn’t exist (at least in this universe), the one still lingering in the back of my head past those adolescent years. The concept started with the idea of portraying a day in the life of an “alternate reality me” that did study biology or something similar, and now works and interacts with animals. I was working with Paolo Roversi, curating one of his exhibitions, and his large format polaroids seemed the perfect medium for this project: they inherently possess that dreamy, unreal quality. They look like a door to another dimension. The large format polaroid film is now out of production, so we used an expired batch: the grainy, blurry texture of the film, the anticipation every time you peel the negative off without knowing the result (will it be too ruined? will something appear?) and the rituality of the bulky Deardorff camera really made the shooting look like a conjuring of sorts. After much consideration I decided to work with birds of prey. I wanted to portray an animal kingdom that intersected with the human’s one, but still retained a wild, dangerous soul, and falcons and owls seemed a good fit. They perfectly embody this idea of two worlds that are close, almost touching but still are intrinsically remote and far away at the same time. After a little while the concept of stealing images from another reality started to get confused: are these images what an alternate me would see during a random day or was I becoming the birds themselves? Some books that are very dear to me and were also the inspiration behind this idea, like H is for Hawk, a memoir of a woman who mourns the recent death of her father by trying to tame a goshawk for the first time, or Being a Beast, where a man tries to live as a badger, an otter, a fox, stag and swift, were floating in my mind the whole time we were taking these pictures. Was I trying to tame a part of myself that scared me? Was I trying to become something that I’m not? The final images are – at least to me – obscure, elusive, with an opalescent glow that seems to come from another world. They reveal their true beauty only when observed in real life, they don’t translate well into a screen. They depict a glimpse into a Chiara that doesn’t exist. And in a strange, inexplicable way, they really feel like me.

Power to the Models - Curated by Jan Hoek

Foto: Paolo Rovers
Tekst: Alma Mathijsen