Vandaag open vanaf 11:00
De heks van Dongen

De heks van Dongen

t/m

De heks van Dongen
Een kunstenaarsdorp in de 19e eeuw

Met schilderijen en tekeningen uit de collecties van het Rijksmuseum, het Van Gogh Museum en het Mauritshuis

In de eerste grote tentoonstelling van ‘de schilders van Dongen’ worden tekeningen en schilderijen bij elkaar gebracht uit de 19e eeuw en de 17e eeuw. Samen vertellen ze het fascinerende verhaal van een van de vroegste Nederlandse kunstenaarsdorpen. 

Kunstenaars ontdekken Dongen
In de 19eeuw trekken kunstenaars als August Allebé, Jozef Israëls, Max Liebermann, Albert Neuhuys, Suze Robertson en Jan Veth naar het Brabantse Dongen. Temidden van inlandse duinen, landerijen en donkere bossen vinden ze traditionele boerderijen en hun bewoners.

De kunstenaars worden gedreven door nostalgie en nationalisme. Door de afscheiding van België (1830) en de onzekerheden van de moderne tijd verlangen ze terug naar de Gouden Eeuw. De reis naar Dongen heeft voor hen het effect van een tijdmachine. Ze kunnen daar zelf het ‘oude Holland’ van hun illustere voorgangers ervaren.

Een van de ontdekkers van Dongen is Constant Huijsmans, tekenleraar aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Hij maakt onder meer een schilderij van militairen die bij Dongen bivakkeren. De taferelen wekken het enthousiasme van zijn bevriende collega Willem Hendrik Schmidt uit Delft. Schmidt trekt zomers met zijn leerlingen, onder wie de latere kunstenaar Christoffel Bisschop, naar Dongen om te werken in de natuur.

Vincent van Gogh
Gaandeweg raakt het dorp steeds bekender bij kunstenaars uit de wijde omtrek. Ze logeren voor korte of lange tijd in de herberg van vrouw Muskens. Ze maken tekeningen en schilderijen van boereninterieurs en hun bewoners, van gezamenlijke aardappelmaaltijden, boerinnen in klederdracht en van ambachtslieden, zoals thuiswevers, schoenmakers en kantklosters.

Hun werk wordt in korte tijd bijzonder populair en vormt een inspiratiebron voor andere schilders. Vincent van Gogh ontleent de thematiek van De Aardappeleters aan een van de Dongense schilderijen van Jozef Israëls: Boerengezin aan de maaltijd. Hij schrijft in 1882 aan zijn broer Theo dat hij diep onder de indruk is van de sfeer, de armoede en de emotie die uit de voorstelling spreekt. Speciaal voor deze tentoonstelling heeft het Van Gogh Museum dit meesterwerk van Jozef Israëls uitgeleend aan Stedelijk Museum Breda.

De heks van Dongen
Een oude boerin, Pietje Verhoef, wordt voor de kunstenaars een geliefd model. Ze beelden haar veelvuldig af, kromgebogen over haar handwerk, aan het spinnewiel, sjouwend met een takkenbos, als waarzegster of toverkol. Zo groeit ‘de heks van Dongen’ uit tot een sprookjesachtige figuur die hun verlangen naar het ‘oude Holland’ belichaamt.

August Allebé is de eerste die haar afbeeldt. De Katholieke Illustratie schrijft daarover in 1905: ‘Zoals ze daar zit, heeft ze wel iets van een oude toverheks uit een sprookje, met haar vervaarlijke floddermuts boven ‘t gerimpelde gezicht, waarin een paar pientere oogjes flikkeren, en de tandeloze, onder de overhangende haviksneus teruggezonken, mummelmond geheimzinnige toverformules te mompelen lijkt. De ketel met koffiewater naast haar krijgt dan iets van de beruchte heksenketel, waarin vervaarlijke brouwsels worden gekookt, en de slapende kat aan haar voeten van het griezelige dier, dat we ons onafscheidelijk van toverkollen denken.’

Het museum heeft hedendaagse kunstenaars uitgenodigd om te reageren op thema's uit deze tentoonstelling. Dat doen ze in de groepsexpositie Dongen Revisited

Afbeelding: August Allebé, Buurpraatje, 1869, olieverf op paneel, Vereniging Vrienden Stedelijk Museum Breda